Gevaarlijke stoffen in IT-producten - een risico voor de volksgezondheid en het milieu

Gevaarlijke stoffen die in IT-producten worden gebruikt, houden zeer uiteenlopende risico's in voor de menselijke gezondheid en het milieu. Tijdens de levenscyclus van producten kunnen dioxines, halogenen en andere giftige stoffen vrijkomen, die in het natuurlijke milieu en het menselijk lichaam kunnen achterblijven.

Volgens een wereldwijd VN-rapport van augustus 2018, dat betrekking heeft op alle industrieën, sterft elke 15 seconden een werknemer door blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Gevaarlijke stoffen leiden tot meer sterfgevallen dan AIDS, tuberculose en malaria samen. Mensen in lage- en middeninkomenslanden worden het zwaarst getroffen en vertegenwoordigen negen van de tien slachtoffers. We worden geconfronteerd met een internationale gezondheidscrisis die vraagt om wereldwijde actie.

Bij de fabricage van IT-producten worden gevaarlijke reinigingsmiddelen en oplosmiddelen gebruikt. Ook in de producten zelf worden giftige stoffen gebruikt. Beide soorten gevaarlijke stoffen zijn problematisch vanuit het oogpunt van de menselijke gezondheid en ook vanuit milieuoogpunt, gedurende de hele levenscyclus van het product. Werknemers kunnen tijdens de fabricage worden blootgesteld, en stoffen dreigen in de natuur terecht te komen wanneer producten worden verbrand, gestort of op een onveilige manier gerecycleerd.

Veel gezondheidsrisico's in verband met gevaarlijke stoffen

Twee voorbeelden van potentieel gevaarlijke stoffen zijn vlamvertragers, die in IT-producten worden gebruikt om aan de veiligheidsvoorschriften inzake ontvlambaarheid te voldoen, en weekmakers, die worden gebruikt om kunststoffen, vooral kabels, duurzamer en flexibeler te maken. Terwijl deze chemische stoffen één probleem oplossen, dreigen ze een ander te creëren, een effect op de menselijke gezondheid en het milieu dat het hormonale systeem kan verstoren en het risico op geheugen- en aandachtstoornissen, zwaarlijvigheid, vruchtbaarheidsproblemen en kanker kan verhogen. Deze stoffen zijn vaak persistent en bioaccumuleren in levende organismen, wat betekent dat zelfs kleine hoeveelheden op lange termijn ernstige gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken. Het risico van schadelijke DNA-veranderingen is het grootst voor de zich ontwikkelende cellen van kinderen die vóór de geboorte worden blootgesteld door de absorptie van stoffen die via de navelstreng in hun lichaam worden gebracht en na de geboorte via andere menselijke absorptieroutes zoals moedermelk en stofdeeltjes.

Een andere groep gevaarlijke stoffen die in IT-producten worden aangetroffen, zijn zware metalen, bijvoorbeeld cadmium, kwik, lood en zeswaardig chroom. Deze worden gebruikt in kunststoffen, verf en onderdelen zoals schermachtergrondverlichting en printplaten. Deze elementen worden beschouwd als systemische toxische stoffen waarvan bekend is dat ze meerdere orgaanschade veroorzaken, zelfs bij lagere blootstellingsniveaus. Zij zijn ook door het U.S. Environmental Protection Agency en het International Agency for Research on Cancer (IARC) ingedeeld als kankerverwekkende stoffen voor de mens.

De aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in materialen maakt die materialen minder herbruikbaar en recycleerbaar. Deze materialen lopen het risico rechtstreeks in de afvalstroom terecht te komen of te worden verbrand, waardoor het e-afvalprobleem en het verlies van waardevolle materialen nog groter worden. Het belemmert ook de ontwikkeling van de circulaire economie, die is opgebouwd rond het concept van het in gebruik houden van materialen en het volledig vermijden van afval. Als in plaats daarvan veiliger stoffen worden gebruikt, kunnen deze materialen weer in de materiaalkringloop worden gebracht, wat veel efficiënter is voor het gebruik van hulpbronnen.